Deze pagina wordt niet meer onderhouden. Ga naar https://www.kgv.nl/ voor een actuele versie
This page is no longer maintained. Go to https://www.kgv.nl for a more up to date version
ruud habets (overleg) 3 dec 2016 13:25 (UTC)

Bokkerijders

Ga naar: navigatie, zoeken

Deze bende is actief van 1732 tot 1776.

Algemeen

Deze groep overvallers opereert in twee tijdspannen in Zuid-Limburg en delen van Belgisch Limburg. De eerste bende is actief van 1732 tot en met 1745. In totaal pleegt deze bende 150 overvallen / diefstallen. De tussenbende (1749-1751) mag, omdat een aantal leden ervan ook deel uit maken van de eerste bende, bij de Eerste bende gerekend worden. De tweede bende is actief van 1754 tot en met 1776. In de tijd dat deze twee bendes actief zijn, wordt ook in Kerkrade een aantal overvallen gepleegd.

Ook na 1776, rond de start van de Franse Heerschappij, vinden er nog overvallen plaats door roversbenden tot in 1803. Deze worden echter niet meer tot het Bokkerijders-fenomeen gerekend.

Leden

Marteling Joseph Kirchoffs
. Enkele leden van de Bokkerijders zijn:
  1. Mathias Ponts, leider van de Eerste bende (vilder te Hoensbroek, 26 mei 1711 - 12 november 1743);
  2. Kerckhoffs, Joseph Heinrich, leider van de Tweede bende;
  3. Noolbach, Andreas;
  4. Gherling Daniëls, leider van de tussenbende;
  5. Küpper

Het Ontstaan

Het ontstaan van de Bokkerijders kan verklaard worden aan de hand van de reeks van oorlogen en plunderingen die het gevolg zijn van de troependoortochten en inkwartiering van de verschillende legers tijdens de diverse oorlogen tussen 1720 en 1800. De aanwezige armoede werkt bendevorming in de hand. Het activiteitenterrein van de Bokkerijders ligt tussen de Roer en de Maas. Deze regio is in die tijd een lappendeken van rechtstaatjes. Het is voor overvallers heel eenvoudig overvallen te plegen en uit handen van de overheid te blijven door het verschil in rechtspraak in de diverse streken. Ook wordt een aantal overvallen gepleegd door soldaten (in die tijd: huurlingen) die niet of slecht betaald worden door hun opdrachgever.

Het onstaan van de naam is te verklaren uit het sterke bijgeloof dat de bevolking in die dagen heeft. Een verband tussen de activiteiten van de Bokkerijders en het bestaan van de duivel is door de mensen snel gelegd. De bok komt in het verleden vaker voor als visualisatie van het slechte (lees: de duivel, de heks). Het fenomeen van de vliegende bok komt voort uit het feit dat er vaker in een wijd verspreid gebied gelijktijdig overvallen plaatsvinden. Dat is fysiek alleen mogelijk als je je snel door de lucht veplaatsen kunt. In de officiële processtukken komt de naamgeving Bokkerijders overigens niet voor. Een reden waarom de groep Bokkerijders zo groot is, kan gevonden worden op de pijnbank. Daar worden namen van complicen ontfutseld aan de verdachte bokkerijder. Als de pijn ondraaglijk wordt, is hij snel geneigd namen van andere Bokkerijders te noemen, terwijl deze zich in de regel van geen kwaad bewust zijn.

Berechtiging

Wipgalg
Galgenberg in 's Hertogenrade

De meeste Bokkerijders worden aan de galg opgehangen. Ook worden Bokkerijders door anderen vermoord uit angst voor verraad. In Kerkrade staan in die periode, drie galgen. Een staat te Chevremont, oostelijk van de huidige Vinkerstraat. Een ander bevindt zich te Spekholzerheide en de laatste staat op de Nullanderberg.

Rechtspraak is in deze tijd moeilijk. In deze regio zijn er de volgende rechtstaten met allen een verschillende rechtspraak: Oostenrijk, Holland, Gulik, Gelre en later Frankrijk en Spanje. De schout treedt meeestal op als aanklager. Bij het proces is de griffier, de griffier van de schepenbank, een dubbelfuncie dus. Hoewel de meeste Bokkenrijders niet lezen of schijven kunnen moeten ze wel hun verklaring ondertekenen. Dit wordt de criminele conclusie genoemd. Wanneer dit niet tot tevredenheid van de aanklager gebeurd is, kan de verdachte overgedragen worden aan de beul voor een scherper examen, het martelen.

Menige verdachte Bokkerijder maakt kennis met de pijnbank. De pijnbank kent rond 1740 vijf graden van pijniging. De schepenbank moet toestemming geven voor iedere graad.

  1. Duimschroef op de rechterhand
  2. Duimschroef op de linkerhand
  3. Scheenschroef (Spaanse knevel) op het rechterbeen
  4. Scheenschroef op het linkerbeen
  5. Optrekken aan de wipgalg[1]

Doordat verdachten op de pijnbank gedwongen worden namen van medeplichtigen te noemen, worden al snel namen genoemd van mensen die niks met de bende van doen hebben. De Bokkerijdersbende groeit daardoor in snel tempo tot reusachtige, fictieve, afmetingen.

Op basis van de bekentenissen wordt (als de aanklager dit goedkeurt) een conclusie finael geschreven. Deze is nodig voor het uitspreken en uitvoeren van het vonnis. Alleen bij de berechtiging van Kerckhoffs, Joseph Heinrich is deze bekentenis er niet. Er is een beschikking van een hoger rechtsinstituut in Brussel voor nodig om het vonnis, de doodstraf, uitgevoerd te krijgen.

Een aantal keren gebeurt de uiteindelijke berechtiging tijdens een zogenaamde Extra-Ordinairie, een Buitengewone Genachtedag (bijeenkomst van Schout en Schepenen). Veel van de processen vinden plaats in Burcht Rode in 's Hertogenrade. Als gevolg daarvan worden ook Bokkerijders daar opgehangen. Dit gebeurt op de plek die nu nog steeds Galgenberg heet.

Bokkerijderbestrijders

Enkele Bokkerijderbestrijders zijn:

  1. A.W. Limpens, schout
  2. Johan leonard Poyck en griffier van de schepenbank
  3. Peter Caspar Poyck

De Overvallen

In Kerkrade plegen de Bokkerijders (volgens Woeste Avonturen van de Bokkerijders) de volgende overvallen:

1763, tweede zaterdag na pasen
Overval op Rolduc. Er worden geen waardevolle zaken buit gemaakt;
1754, 9 november
Op de Gracht wordt Michael Hectrain in zijn hoeve overvallen. De inbraak wordt mede gepleegd door Andreas Noolbach.
1742, 4 juni
Op Drievogels wordt Joannes Keulartz overvallen. Andere bronnen vermelden 4 juli van dat jaar als overvaldatum. De buit bestaat uit kleding en linnengoed;
1741, 16 october
Op Pannesheide wordt Matthijs Kockelkorn overvallen in zijn Panhuis. De buit bestaat uit een flinke som geld, linnengoed, kleding, vlasdoek, tingerei en gebedenboeken met zilveren beslag;
1740, November
Overval op Hendrik Aoust te Spekholzerheide. Er wordt linnengoed, kleding en een kleine som geld buitgemaakt. Daarnaast een overval op Paques Goor op Terwinselen. Bij deze inbraak op Hoeve Viereschatz wordt met name boter buitgemaakt;
1736, 8 juni
Overval op een kerk in Eygelshoven. Behalve kleding en zilverwerk wordt ook de inhoud van de offerblokken meegenomen.

Trivia

De Kerkraadse Bokkerijders worden vermeld in het boekwerk Canon van Limburg (ISBN-9789085960577 info: KB) op de pagina 132.

Verder

Referentie

Referenties

Indien de bron van (delen van) bovenstaande informatie bekend is, is dit hier beneden vermeld.

  1. de handen van de verdachte worden daarbij met een koord op de rug vastgebonden. Aan dit koord wordt de verdachte via een katrol omhoog getrokken, terwijl aan de voeten gewichten bevestigd zijn