Rekenmaten

Uit KGV
(Doorverwezen vanaf Denarii)
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Door de jaren heen zijn verschillende rekenmaten gebruikt. Onderstaand overzicht is niet volledig, maar geeft een indruk van de verscheidenheid aan maatgevingen. Voor zover bekend is de periode aangegeven waarin de rekenmaat (in Kerkrade) in gebruik is. Zie ook: tijdsbeeld

Lengtemaat

De voet is een lengte maat die rond de 28 centimeter ligt. Ook zijn bekend de St. Hubertvoet, de St. Marievoet, de Geldervoet, de Luikse voet, de Amsterdamse voet, de Rijnlandse voet, de Pruisische voet en de Akenvoet. De meter als rekenmaat heeft zijn wettige geldigheid gekregen in 1801 te Parijs waar deze lengte fysiek ligt opgeslagen.

Duim

In het algemeen wiselt de lengte van de Duim per streek van 2,5 tot 2,7 cm. Uitgaande van de Rijlandse maten is de Duim 2.61 cm omdat er 12 Duimen in een Voet gaan. De Duim is sinds 1600 in gebruik.

El

De El is rond 1600 in gebruik.

Meter

De meter (symbool m) is de internationale standaardeenheid voor lengte. Zij is sinds 1983 gedefinieerd als de afstand die licht in 1/299.792.458 seconde in vacuüm aflegt. De meter wordt in 1791 gedefinieerd door de Franse Academie van Wetenschappen als het tienmiljoenste deel van de afstand rond het aardoppervlak, vanaf de noordpool tot aan de evenaar, langs de meridiaan van Parijs. De moeite om die afstand nauwkeurig te meten, leidt er in 1889 toe dat het Internationale Bureau voor Maten en Gewichten de meter definieert als de afstand tussen twee krassen op een staaf van platinum-iridium, de zgn. X-meter, bewaard in Sävres, Frankrijk.

De meter kent een aantal afgeleiden in het tientallig stelsel. Zo zijn er de

  • Kilometer (103 meter = 1.000 meter)
  • Gigameter (109 meter = 1.000.000.000 meter)
  • Yottameter (1024 meter = 1.000.000.000.000.000.000.000.000 meter)

en de

  • Centimeter (0,01 meter, geen SI-eenheid)
  • Millimeter (10-3 meter = 0,001 meter)
  • Nanometer (10-9 meter = 0,000 000 001 meter)
  • Yoctometer (10-24 meter = 0,000 000 000 000 000 000 000 001 meter)

Rijnlandse Roe

Deze roe heeft een lengte van 3,7674 meter omdat een Roe 12 Voeten heeft.

Voet

Bijna elke voet (St. Lambertusvoet, Rijnlandse Voet, Geldervoet, St. Hubertvoet, de St. Marievoet, de Amsterdamse voet, de Pruisische voet en de Akenvoet) is net als de el rond de 28-30 centimeter.

? Naam Periode Lengte
Akense Voet rond 1640 28,709 cm
Amsterdamse voet rond 1725 28,3133 cm
Geldervoet Rond 1640 28,79 cm
Luikse voet rond 1640 10 cm
Marievoet rond 1640 27,988 cm
Pruisische voet rond 1725 31,3852 cm
Rijnlandse Voet sinds 1600 tot een vooralsnog onbekende datum, maar zeker in 1725 31,4 cm
St. Hubertvoet rond 1640 29,469 cm
St. Lambertusvoet vanaf 1641 tot zeker in 1783 29,1777 cm

Oppervlaktematen

Bunder
Lat.: Bonuarium. De afmetingen zijn 4 Morgen, ongeveer 1 Hectare. In andere streken varieert de grootte van 8.000 tot 14.000 vierkante meter. Tussen 1820 en 1937 is de officiële grootte, 1 hectare, 10.000 vierkante meter.
Hond
Deze maat wordt ook wel als Hont geschreven en is even groot als 100 vierkante roeden. 6 Hond is gelijk aan 1 Rijnlandse Morgen. Zie ook: Mijnbouw, Termen#H.
Mansus
In oorsprong is het een deel van een groot domein en omvat een hoeve met zoveel land als door een familie van horigen bewerkt kan worden. De mansus of hove omvat in het gebied van Rode zestig morgen, zoals in het begin van de Annales expliciet is aangegeven. (Bron: Annales Rodenses)
Morgen
De afmeting van een morgen verschilt van streek tot streek. Vuistregel hierbij is, dat een morgen zo groot is, als het land dat in 1 morgen geploegd kan worden. Dit staat in de tijd van de Annales Rodenses gelijk aan een kwart Hectare. Andere benamingen zijn: diurnale en iugerum. Een andere benaming is frehtena, een latijnse afgeleide van vrecht, die voornamelijk in de omgeving Sittard gebruikt wordt.
Rijnlandse Morgen
Deze is 8516 vierkante meter groot.

Tijdseenheden

12e Eeuw
Een luna is een dag in een maanmaand. Een maanmaand is de periode tussen twee volle manen en duurt gemiddeld 29,5 dagen. Een complete maancyclis duurt 235 maanmaanden, wat weer gelijk staat aan 19 zonnejaren. Het berekenen van de Lunae is een complexe materie waar makkelijk fouten in gemaakt kunnen worden, zoals ook gebeurt bij het bepalen van een zonsverduidstering in 1133.
1550
Op gegeven moment bestaat er niet iets als een datumaanduiding in het dagelijkse leven. Elke zondag worden er voor de parochiekerk 7 pinnen in de grond gestoken. Elke weekdag wordt er 1 pin uitgetrokken zodat de inwoners die ter kerke gaan kunnen zien welke dag van de week het is. Het is vooralsnog niet bevestigd of dit gebruik ook in Kerkrade uitgevoerd is. Sommige bronnen beweren dat dit gebeurt tussen 1550 en 1610. Uit die periode is echter bevestigd dat er datumaanduiding plaatsvindt.
1583
Op gegeven moment, maar zeker wanneer de Annales Rodenses geschreven worden, wordt in Kerkrade en omstreken de kerststijl gehanteerd in tegenstelling tot de jaardagstijl. Bij de kerststijl wordt de week tussen kerst en nieuwjaar reeds bij het volgende jaar gerekend. Nieuwjaarsdag is dan 25 december en niet 1 januari. De omslag van de juliaanse kalender naar de huidige rekenmethode vindt naar alle waarschijnlijk plaats op 21 februari 1583 aangezien dit de datum is waarop dit gebeurt in het gehele Bisdom Luik. Op 10 februari 1583 kan men terecht zeggen: Morgen is het 21 februari 1583. De huidige jaardagstijl wordt de Gregoriaanse Kalender genoemd. De omslag wordt ingezet door Paus Gregorius XIII. Eerst in Spanje en Portugal waarbij donderdag 4 october 1582 gevolgd wordt door vrijdag 15 october 1582, en pas later in andere delen van Europa, zoals hier in Bisdom Luik.
1805
Tot 9 september 1805 wordt een Republikeinse jaartelling gehanteerd. Vanaf 1 januari 1806 wordt een Christelijke jaartelling gebruikt. Het is vooralsnog niet bekend wat er in de tussenliggende weken gebruikt wordt.
1940
De Duitse bezetter bepaalt op 16 mei dat alle klokken in Nederland de Midden-Europese Tijd moeten aangeven, en niet de tijd van Amsterdam (zoals in 1909 is bepaald). Na de oorlog behouden we deze Midden-Europese Tijd.

Inhoudsmaten

Graanmaten

Mud (mudde)
Lat.:modus en modius. Een Mud is 8 Vat. Een Maastrichts Mud is 24 Vat.
Maat (malder)
Lat.:maldrum en maldrum. Een 's Hertogenradense Maat is 5 Vat. Een Akense Maat is 6 Vat.
Vat (sumber)
Lat.:sumbrum en sumbrinum.

(Bron: Annales Rodenses)


Geld en Beloningsvormen

Betaalmiddelen

Omdat dit deel van Limburg regelmatig van heerschappij wisselt, wisselt als gevolg daarvan ook steeds de manier van betalen. Voor zover mogelijk zijn deze betaalmiddelen hieronder (chronologisch) weergegeven.

Periode Naam Alt. Naam Waarden en opmerkingen
1100-13e Eeuw Penning Denarius Obool/Obolus=1/2 Penning, 1 Schelling/Solidus (geen munt)=12 Penningen, 1Pond/Libra (geen munt)=240 Penningen=20 Schellingen.(Bron: Annales Rodenses)
1300 Gouden Schild De nominale waarde van deze oude franse munt is vooralsnog onbekend
1568-0000 Imperiaal mogelijk: Pattacon Zeker tot in 1693. De nominale waarde van deze oude munt is vooralsnog onbekend
1612-1700 Pattacon Ook: Pattagon, is Spaans voor Albertustaler of Kreuztaler 1 Pattacon = 1/60 Reichs Gulden = 18 Sol
De munteenheid wordt gesticht door spaanse gouverneuren Albert en Isabella. Zij wordt gebruikt in de verenigde Nederlanden van 1659 tot en met 1802
1612-1700 Rhine florins Rein Gulden
1612-1700 Risdalles Reichsthalers
18e Eeuw Florijn gouden gulden/goudstuk 1 florijn=160 duiten, 1 gulden = 20 (zilveren) stuivers, 1 (zilveren) stuiver=8 duiten, 1 daalder=1,5 florijn
Franse tijd Assignaat Dit is een betaalmiddel van de franse staat. Het is een vroegere vorm van papiergeld en een schuldbekentenis van de franse staat aan de bezitter ervan. In tegenstelling tot hedendaagse reguliere betaalmiddelen wordt een assignaat niet gedekt door een edelmetaal maar door in beslag genomen kerkelijke goederen. Assigner betekent toekennen. In deze context heeft dat betrekking op het recht op een stukje onteigende kerkelijke grond.
tot aan WOI Duitse Mark Het is vooralsnog onbekend vanaf welke datum de Mark gebruikt wordt
0000-1992 gulden Dutch florin (dfl) 1 cent=1/100 gulden, 1 stuiver=1/20 gulden, 1 dubbeltje=1/10 gulden, 1 kwartje=1/4 gulden, 1 daalder(geen munt)=1,5 gulden, 1 rijksdaalder=2,5 gulden, Papiergeld: 5/10/25/100/250/500/1000 gulden
1992-0000 Euro 1 cent=1/100 Euro, 1 dubbeltje=1/10 Euro, 1 stuiver=1/20 Euro, Papiergeld: 5/10/20/50/100/500 Euro. De girale geldstroom doet is al vanaf 1 januari 2000 Euro.

Zie ook: Muntconversie en Muntinformatie. Afbeeldingen van een aantal bankbiljetten worden hier beneden in chronologische volgorde weergegeven. Het staat niet bij voorbaat vast dat deze bankbiljetten in deze omgeving als geldig betaalmiddel gebruikt konden worden.

1969 1969.000.001.dollar.b.jpg 1969.000.001.dollar.a.jpg
1943 1943.500.000.mark.b.jpg 1943.500.000.mark.a.jpg
1937 1937.000.001.rentenmark.b.jpg 1937.000.001.rentenmark.a.jpg
1923 1923.500.000.mark.a.jpg 1923.500.000.mark.b.jpg
1922 1922.001.000.mark.a.jpg 1922.001.000.mark.b.jpg
1919 1919.000.050.mark.a.jpg 1919.000.050.mark.b.jpg
1910 1910.001.000.mark.a.jpg 1910.001.000.mark.b.jpg
1902 1902.001.000.kronen.a.jpg 1902.001.000.kronen.b.jpg

Salaris

Tegenover werk staat een beloning: salaris, soldij, in natura, wedde, loon, etc. Onderstaande opsomming geeft weer in welke periode, wat gangbaar is.

Brandhond
Dit is een beloningsvorm in natura. De beloning wordt uitgekeerd aan gezellen en knechten in de ambachtelijke industrie als toelage op hun geldelijke beloning. De beloningsvorm is vergelijkbaar met de deputaatkolenverstrekking.

Verder

Personal tools

Varianten
Handelingen
Navigatie
Toolbox