Een wandeling over de Markt

Uit KGV
Ga naar: navigatie, zoeken

Onderstaand verhaal is van de hand van KGV medewerker Ger Habets. Het verschijnt in deel 8 van Kerkrade Onderweg van de Historische Kring Kerkrade. Met toestemming van de auteur is het hier geplaatst. Om wille van de leesbaarheid is hier en daar een alineakopje bijgeplaatst en de grammatica verbeterd.

Inhoud

Een wandeling over de Kerkraadse markt zoals die ooit was

Een markt die 200 jaar lang niet of nauwelijks veranderde maar in de afgelopen 20 jaar al vijf keer een nieuw gezicht kreeg. Tijden veranderen en de markt verandert mee.

Inleiding

Maar hoe zag de markt er uit, voordat hij door dat fatale bombardement in 1944 voor bijna de helft in vlammen op ging en werd weggevaagd? En we willen het niet alleen hebben over dàt deel van de markt maar ook over de andere kant, richting "Bergsjtee" en "d'r Zeverens". Hoe zag het centrum er uit toen de oudsten onder ons nog naar de "verwaarsjoël" gingen? Hier en daar kijken we zelfs over de schouders van hun ouders naar de markt en de panden die er toen stonden want het is interessant om dit beeld vast te leggen voor degenen die Kerkrade de moeite waard vinden. In onderstaand verhaal zullen ongetwijfeld onvolkomenheden voorkomen, misschien zelfs fouten. Wellicht is hier of daar de volgorde niet goed, misschien een naam verkeerd geschreven. Let wel, wij hebben het voor meer dan 99% moeten doen met interviews met Kerkradenaren die òf de oude situatie zelf nog gekend hebben òf daarvan zelf al notities hebben gemaakt. Maar ook zij kunnen zich vergissen en we willen u, als geïnteresseerde lezer nadrukkelijk vragen om in de pen te klimmen als er volgens u ergens iets niet goed of onvolledig wordt weergegeven. Stuur uw reactie aan de Historische Kring dan kunnen we dat zo nodig herstellen want we hebben er baat bij dat we een goed en zo volledig mogelijk beeld van de markt bewaren.

De wandeling begint

Je maakt zo'n wandeling natuurlijk niet alleen. Ik heb op mijn tocht door het verleden een aantal mensen meegevraagd: 't Henriette en 't Martha, daarachter liepen d'r Jo, d'r Hans en d'r Karel. Toen we een uurtje op weg waren voegden zich daar nog bij: 't Maria, d'r Hub en 't Enny, d'r Artuur en nog een Jo. Zij hebben verteld, en verteld en verteld...en ik maar schrijven.

Waar begin je zo'n wandeling? Ik heb gekozen voor het Heilig Hartbeeld, "'t Herts-Jezoe" dat in September 1918 geplaatst werd en vervaardigd was door een kunstenaar genaamd Lücker uit Roermond. Het kwam in de plaats van een gietijzeren kruisbeeld uit 1890 dat bij die gelegenheid verplaatst werd naar de voet van de toren van de St. Lambertuskerk, waar het nu nog steeds staat.

In 1938 moest het Heilig Hartbeeld vervangen worden omdat het, volgens de parochie kroniek, "begint af te brokkelen". Op 12 mei 1938 vond de onthulling plaats van het nieuwe beeld dat vervaardigd was in de vermaarde "Cuypers Kunstwerkplaatsen" eveneens in Roermond. Het kostte toen € 353 (FL 780) terwijl het (nieuwe) voetstuk waar het op stond € 349 (FL 770) gekost heeft. Hoewel het bij de laatste herinrichting van de markt 180 graden gedraaid en enkele tientallen meters verplaatst werd, siert het nog steeds met waardigheid het centrum van onze stad.

Hotel Restaurant Koningin Wilhelmina

Het eerste pand, en een van de grotere, dat we verder lopend, tegenkomen is "Hotel Restaurant Koningin Wilhelmina" (1). Bij de Kerkradenaar beter bekend als "d'r Smeets". Toch was Smeets niet de eerste die het gebouw exploiteerde. Het was apotheker Schönefeld die het bouwde en er zijn bedrijf in vestigde dat later zou verhuizen naar de Hoofdstraat. Frans Lahaye maakte er een hotel van dat in 1924 werd overgenomen door Harrie Smeets (Smeets-Cerfontaine) die er de scepter zwaaide tot 1956. Hij had er niet alleen een café-hotel-restaurant maar ook een koffiebranderij en in de oorlogsjaren scheen je er in noodgevallen altijd terecht te kunnen voor een pakje "goeie boter"! In de zaak stond een biljart en de kaarten lagen altijd klaar om te "Toepen" of te "Koajonge". Geen wonder dus dat het een goed beklante gelegenheid was. Het was in de keuken van de familie Smeets waar in 1946, als bijdrage in de naderende jubileum-revue bij gelegenheid van het 11-jarig bestaan van "d'r Kirchröatsjer Vasteloavends-verain", het befaamde ballet "Kirchröatsjer Meädsjer" werd opgericht.

Hubert Bremen nam de zaak over en dat café zou er blijven totdat het pand eind zestiger jaren werd gesloopt om een verbreding van het kruispunt (met verkeerslichten!!) mogelijk te maken. De oudste foto's tonen het pand nog zonder de "Unie", een levensmiddelenzaak die later het linker deel van het hotel in beslag zal nemen. In deze Unie-winkel werd naderhand het café van Jan en Miets Muris gevestigd, waarna "Jan van de Bas" er weer een levensmiddelenzaak van maakte die er zou blijven tot aan de sloop van het pand. Links daarvan zien we het pand Weijden (2) waarin aanvankelijk "d'r Mathieu" een slagerij exploiteerde. Jaap en Geertje Schilder begonnen er aan de rechterzijde een viswinkel waarin later achtereenvolgens de kruidenierszaak Schings-Meerts, Titselaer-Smeets (levensmiddelen) en de kaaswinkel Meertens werden gevestigd. In de linker helft kwam "de Kleine Winst" (die naderhand naar de Hoofdstraat verhuisde) en later kapper (en poppendokter) Mathieu Scholtes. Vòòr Scholtes was er nog even een bloemenzaak in gevestigd, speciaal voor "het bezoek" van de zieken in het ziekenhuis.

Zuidwaarts

Verder lopend in de richting van het gemeentehuis passeren we de banketbakkerszaak en lunchroom van Janssen-Prevoo (3) waar 's zomers, bij mooi weer, "d'r ieskiebbel" in het portaal stond en je voor vijf cent een heerlijk ijsje kon kopen. In het volgende pand had Hekkens (4) zijn groothandel in levensmiddelen gevestigd en later zou er de textielzaak van Jos Bremen in gevestigd worden welke overgenomen werd door Dietz-van Deutekom. Daarnaast vinden we het café van Lei Meurs (5) en als we de laagbouw (6), waarvan de bestemming vooralsnog onduidelijk is maar dat waarschijnlijk ooit een magazijn is geweest, overslaan, zien we op de hoek vòòr het gemeentehuis, de textielzaak "KOFA" van de fam. Bertels (7), later "de Duif" geheten. Schols nam daarna de panden over en ging er meubelen maar ook wiegjes, baby-bedjes en kinderwagens in verkopen. Op sommige foto's is op de linker zijgevel van dit pand in grote letters het woord Apotheek te lezen. Niemand uit mijn gezelschap kon mij bevestigen of hier de apotheek van Ackens mee bedoeld was. Tegen die zelfde zijgevel stond ooit een van de weinige telefooncellen die Kerkrade toen rijk was.

Raadhuis

We zijn nu aangekomen bij het in oktober 1913 gereedgekomen gemeentehuis. Een ontwerp van Cornèl (Cornelius) Duykers (1879 - 1944) die zich hiervoor heeft laten inspireren door het in 1894 gereedgekomen stadhuis van Nieuw-Amstel. Duykers was gemeentelijk opzichter, architect, aannemer en later Directeur van de Algemene Technische Dienst. Een fraai pand dat een aantal verbouwingen, uitbreidingen en renovaties (in 1932, 1962, 1973, 1978, 1996 en 1997) doorstaan heeft zonder noemenswaardige schade op te lopen. In het torentje hangt, zoals overigens in de meeste torens, een luidklok. Deze klok, of beter gezegd klokje, werd in 1974 aan de gemeente geschonken door het kerkbestuur van de St. Petrusparochie omdat hun kerk op het punt stond om gesloopt te worden. Zij hadden het in 1905 op hun beurt weer cadeau gekregen van de Domaniale Mijn die het gebruikt had om de schafttijden aan te geven. Toen de St. Petruskerk later zwaardere klokken kreeg werd het kleine klokje alleen nog maar gebruikt bij begrafenissen van kinderen en werd daarom het "kinderklokje" genoemd. Nu wordt het onder andere nog geluid een kwartier voor aanvang van de raadsvergaderingen. Het torentje heeft tijdens de oorlogsjaren nog dienst gedaan als uitkijkpost voor de luchtbescherming, en in de vijftiger jaren (koude oorlog) als uitkijkpost voor de B(bescherming) B(bevolking).

Markt-West

Als eerste pand na het gemeentehuis zien we café Herpers (9) met rechts daarnaast, in de straat richting ziekenhuis, achtereenvolgens: de groentezaak van Hanneman (10), en de woonhuizen Winckens (11), Balemans (12) en Dassen (13) die alle drie familie van elkaar waren. Dan volgt, terugliggend, het uit 1914 daterende ziekenhuis (14) waarvan de monumentale entreepartij tot nu toe onaangeroerd is gebleven. Verderop aan deze straat lag een "consultatiebureau voor zuigelingen en T.B.C.-patiënten" (15) van het Groene Kruis met daarin de praktijkruimte van een oogarts. We komen dan op de speelplaats van de St. Lambertusschool (16), een markant en massaal schoolgebouw dat in 1917 gereed kwam als 12-klassige jongensschool. Op de zolder werd, op aandrang van de mijndirecties, een "Teekenschool" gevestigd die gezien kan worden als de voorloper van de latere Ambachtsschool. In 1921 werd er een MULO-school voor jongens in gevestigd en in de loop van 1941 de lagere school van meester Bouwman(s) die oorspronkelijk thuishoorde aan de Meester Absilstraat. Dat gebouw echter werd door de bezetter in beslag genomen ten behoeve van een eigen "Duitse school". Die verhuizing vanuit de Meester Absilstraat was mogelijk omdat de "Teekenschool" toen inmiddels verhuisd was naar de Ambachtsschool aan het (later zo genoemde) Old Hickoryplein. Frappant en tegenwoordig onvoorstelbaar is het feit dat er voor de leerlingen geen inpandige toiletten waren, die lagen buiten op de speelplaats en hadden uiteraard geen waterspoeling noch toiletpapier. Het was in die tijd kennelijk geen usance dat iemand daartegen in verzet kwam. De zo even genoemde speelplaats was alleen bedoeld voor de kinderen vanaf de derde klas, de kleineren hadden hun speelplaats liggen tussen het patronaat en het talud langs de Wijngracht. Dat patronaat was in 1911 gebouwd als het "St. Lambertushuis" (17) en werd tijdens de tweede wereldoorlog getroffen door een of meerdere granaten en zou nooit meer worden herbouwd. Dit patronaat is van enorm belang geweest voor het, van kerkelijke zijde, organiseren van verenigingsactiviteiten om zodoende onafhankelijk te zijn van de nukken van plaatselijke zaalhouders. Ook later, in de dertiger jaren, was deze zaal een welkome gelegenheid om, in de strijd tegen het Nationaal Socialisme, manifestaties te beginnen, te houden en/of te beëindigden. Bij het patronaat lag een aantal woningen (18) waarin onder andere het gezin Notermans woonde die het beheer van de school en patronaat hadden overgenomen van Wijnen. Ook woonden er op een bepaald moment de gezinnen Merx, Heuschen, Wehlen en Eurlings. Het wordt tijd om terug te keren naar "d'r Herpesj Loewie" (9) om onze wandeling over de markt voort te zetten en te komen bij het pand van Lambi (19) die hier een viswinkel exploiteerde en daarbij als visventer zijn dagelijks brood verdiende. Op een bepaald moment werd het pand gesplitst en kwam er aan de rechterzijde een snoepwinkeltje dat in de volksmond "'t Wiefje" werd genoemd en de beheerster dus ook. De eerste "inhaberin" was een Mevr. Van de Oever, later opgevolgd door Mevr. Stevens-Crousen en Mevr. Peters. Maar hoe ze ook op de burgerlijke stand stonden ingeschreven, 't was en bleef "'t Wiefje". Het linker gedeelte van het pand werd de sigarenzaak van Netta Crousen ("sjweäjele of zieëjelsjer, Heer?" was de standaard-vraag als je een pakje sigaretten ging kopen). In de jaren na de oorlog zal deze winkel, inclusief 't Netta, een begrip worden in het Kerkraadse al was het alleen maar om haar gave de winkelsluitingswet te omzeilen.

Nog meer Cafés

Café Chermin (20) is elke Kerkradenaar bekend, wij kennen d'r Jo, maar onze ouders hadden het over d'r Ferdinand, zijn vader. Daarvoor heette het lokaal "zaal Straatman" en dààrvoor was er een aannemer in gevestigd. Dat er ook nog een familie Gerards een café gehad heeft zullen weinig lezers nog weten. Als ik dit schrijf is de sloop van Grand Café Puccini, zoals het nu heet, in volle gang. Een smalle doorgang met een poortje scheidde het pand van het naastgelegen perceel. Ditmaal geen café maar de "Goedkope Winkel" (21), waarin Herberichs later zijn kledingzaak zou vestigen. In hun keuken (van de familie Herberichs) schijnt het overigens goed toeven zijn geweest want er doen nu nog de prachtigste verhalen over de ronde, als de oude garde tenminste op dreef is. De kan bier van Café Chermin die, naar aanleiding van een telefoontje, na sluitingstijd op het scheidingsmuurtje werd gezet zal daar ongetwijfeld debet aan zijn geweest. Later verhuisde de RABO-bank en café d'r A Jenne Sjlaagboom (vanuit de Einderstraat) naar deze locatie.

Verder lopend komen we aan het pand dat in 1897 als postkantoor (22) met ambtswoning voor het publiek werd geopend. Het pand werd door het rijk gehuurd van ene A.J. Wiertz en de eerste directeur werd B. v.d. Linden. In September 1909 zou dit postkantoor naar de Hoofdstraat verhuizen waarna Zeehandelaar er een café - restaurant in vestigde. Na hem kwam in het rechter gedeelte achtereenvolgens de kapperszaak van Wiel Hallman, Nederveen (textiel-reiniging beheerd door de familie Bremen) en daarna weer een kapperszaak, nu van Mathieu Scholtes. In het linkerdeel vestigde eerst Bremen-Duykers een groentewinkel annex drogisterij en daarna kwam Gertrud Finken in het pand met een handwerkzaak (later damesmode) en een daar achter gelegen brei-atelier. Dit was een echte fabriek met meer dan tien brei-machines waar we (voor die tijd) niet te licht over moeten denken. Als laatste winkelpand aan deze zijde van de markt zien we café Herberichs (23) met de daarachter gelegen zaal die tevens dienst doet voor het projecteren van "bewegende beelden". Er werden de meest uiteenlopende films vertoond want je moest als exploitant maar pakken wat er te krijgen was. Zo werd er in '43 eens een missie-film vertoond en dat die niet altijd even spannend waren blijkt wel uit het feit dat een der (jongere) toeschouwers halverwege de film het middenpad op rende met wijd opengesperde mond. Wat was er gebeurd? Bij het onvermijdelijke gapen waren zijn kaakspieren geblokkeerd en bleef zijn mond wijd open staan. Inmiddels schijnt het probleem opgelost te zijn. Een imposante rij verenigingen had hier hun verenigingslokaal: R.K. Mijnwerkersvereniging St.Catharina, de Algemene Bond voor Christelijke Mjnwerkers in Nederland, de Christlicher Gewerkverein, de R.K. Middenstandsvereniging "de Hanze", de Jongelingsvereeniging St.Antonius, de Stenografenvereeniging "Nationaal", de Kerkrader Postduivenbond, P.V. "De Hoop" en de Rookklub "Krugerbond" (kom daar nou eens voor!). Overigens is dit het eerste pand op onze wandeling waar we het fenomeen "belasting vinstere" tegenkomen die door P.M. Boudewijn uitvoerig beschreven werden in het eerste deel uit deze serie. Op verschillende plaatsen zijn ze tot op vandaag nog te zien. De hoek met het Kerkplein werd afgerond met de woonhuizen van de koster Buck (24) en een café Naphousen (Naphoeze) (25) dat later het woonhuis van de familie Krewinkel (d'r Conrad en d'r Chris) zou worden.

De nieuwe bioscoop Hollandia (van Herberichs) kwam op de plaats van de oude bioscoop en de panden Buck en Krewinkel. Het braakliggend terrein naast de bioscoop werd toen in gebruik genomen als parkeerplaats voor het steeds groeiende aantal auto's in de stad.

De Schutterstraat

Wij vervolgen onze wandeling en komen aan de andere kant van de straat bij het voormalige gemeentehuis (26), op de hoek Kerkplein-Schutterstraat (lees: Kapellaan). Dit pand moet al rond 1660 bij de Lambertuskerk hebben gestaan en is voor verschillende doeleinden in gebruik geweest. Het werd in 1858 verbouwd tot gemeentehuis en in 1913, toen het nieuwe gemeentehuis gereed was gekomen, ingrijpend gerenoveerd en voorzien van een extra verdieping. Achtereenvolgens vonden de rijksbelastingen, de gemeente-ontvanger, het gemeentelijk bureau voor de arbeidsbemiddeling, de R.K.Kappers-patroons Vereniging Kerkrade, de Arbeidsbeurs en de dienst Maatschappelijke Zorg in het pand een onderkomen. Het werd in 1970 gesloopt.

De Schutterstraat overstekend zien we als eerste het "Sjotes-hüsje" (27): een klein café (Restauration) van de familie Scholtes en aansluitend café Rutten (28). In de zaal die bij dit café hoort vonden, en vinden nog steeds, veel feesten en vergaderingen van verenigingen plaats. Ook particulieren wisten en weten dit lokaal te vinden als er iets gevierd moet worden dat niet in een woonkamer past. De "Kirchröatsjer Meädsjer" werden bij Smeets opgericht maar bij d'r Rutten stond in 1936 de wieg van d'r "Kirchröatsjer Vasteloavends-verain" (Kirchröatsjer Vasteloavends Verain Alaaf Kirchroa 1936). Frans Rutten wordt als "inhaber" opgevolgd door Turk, Mathieu, Jo Goebels en René Müller die de zaak "d'r Pungel" heeft gedoopt. De grote poort, die nog op de oudste foto's te zien is, gaf toegang tot een achtergelegen deel van een boerderij die oorspronkelijk hier gestaan heeft. Het voorste deel van de boerderij werd verkocht en tot café verbouwd maar een poort moest de verdere bedrijfsvoering van de achtergelegen boerderij waarborgen. Naast dit café lag een van de weinige banken in Kerkrade rijk was: de "Heerlener Bank" (29) en Dirx (Dirks ?) was er de baas. Later werd hier de Amsterdamse Bank gevestigd die gerund werd door Heuts.

Het markante hoekpand (30), dat indertijd mede beeldbepalend is geweest voor de straatwand aan de zuidzijde van de markt, werd als eerste bewoond door Jos Bremen die er een zaak in manufacturen in vestigde. Ook verkocht hij er confectie en maatkleding. Een logisch vervolg hierop vormde de kleermaker Ritten, die de zaak overnam. Later is er de platenzaak "Lebouille" in gevestigd geweest waarna "de Nieuwe Limburger" er een bijkantoor heeft gehad (samen met de Zuid Limburger (weekblad)). Naast dit hoekpand zien we, in de richting van de Einderstraat, nog enkele winkels waaronder (de inmiddels hier naar toe verhuisde) Nederveen, Electro Jongeneel en 't Koonens Leensje. Visueel horen deze echter niet meer tot de markt en we laten ze dan ook verder rechts liggen.

Markt Oost

We steken nu de Einderstraat over en zien als eerste de zaak van kapper Scholtes (31) die later zou verhuizen naar het pand van Weyden (zie boven). Naast Scholtes lag een breed pad waaraan de, in de Einderstraat gelegen, slagerij Senden een garage had liggen waarin hun Ford gestald werd die, zoals toen gebruikelijk, met een zwengel moest worden gestart om hem aan de praat te krijgen. Aan dit pad lagen tevens verschillende woonhuizen o.a. van de families Mijnes, Krewinkel, Lahaye, Kirchstein en Jongen, alsmede de smid Jos Wiertz (Schlosserei, fornuizen, Haus- und Küchengeräte) en het schildersbedrijf Renierkens.

Links van de oprit vormde de horlogezaak van Anton Hinzen (32) die ook goud, zilver, sieraden en brillen verkocht, het eigenlijke begin van de bebouwing aan de oostzijde. In latere jaren zien we in dit pand de textiel-reiniging van Nederveen weer terug. De schoenenzaak van Durlinger(33) zullen velen zich herinneren, maar dat op deze plek Vondenhof een boerenbedrijf begon en dat er daarna nog een timmerbedrijf van Souren was gevestigd zullen minder plaatsgenoten weten.

Een aardige anekdote met betrekking tot de klantvriendelijkheid van Durlinger is de volgende: een kereltje van een jaar of acht voetbalde regelmatig met zijn vriendjes op straat en een daarvan had scheenbeschermers. Die scheenbeschermers leken hem het einde en hij had die dingen bij Durlinger in de winkel zien liggen want hij kwam daar vaak met zijn moeder die daar vaste klant was. Op een goeie dag trok hij de stoute schoenen aan en stapte na schooltijd de winkel in en vroeg om een paar scheenbeschermers met de mededeling dat "moeder ze zou komen betalen". De winkeljuffrouw, die de betreffende moeder goed kende, gaf hem het spul mee. Thuisgekomen moest het hoge woord er natuurlijk uit en de moeder, die net als iedereen elke maand de touwtjes aan elkaar moest zien te knopen, dacht niet lang na en stuurde hem met z'n nieuw verworven bezit terug richting Durlinger. Met het bekende lood in zijn schoenen ging hij de winkel in. De winkeljuffrouw, die behoorlijk wat mensenkennis gehad moet hebben, had direct in de gaten wat er gebeurd was. Zij schreef een kort briefje en stuurde hem daarmee en met scheenbeschermers, naar huis terug en het manneke voetbalde nog lang en gelukkig.

De glas- en verfhandel van Joh. Jos. Essers (34) is de volgende zaak, waarna de drukkerij van Alberts (35) (later Tummers) volgt. Een bron vermeldt dat tijdens de tweede wereldoorlog hier een winkel in tweedehands meubelen (Giesen ) is geweest en het is niet duidelijk of in het pand Essers ooit een kruidenierszaak Pieters-Teuwen gevestigd is geweest. Dan volgen achtereenvolgens slager America (36), ijzerwaren Bischoff (37), bakker Weijden (38) (wie kent Robert niet die de weg vrij hield voor de stoomwals die met veel geraas achter hem rolde) en het hoekpand (39) waarin rechts café Systermans en links de zaak in huishoudelijke artikelen van Thevis (anderen zeggen Vijgen) gevestigd was. Bovengenoemd café Systermans had daarvoor Hamers (d'r bloa), Spelthan en Zeehandelaar als beheerder/eigenaar. Mogelijk is deze Zeehandelaar dezelfde als degene die het restaurant had in het oude postkantoor. In het hele pand komt later de lederwarenzaak van Chris Schins. Naast deze schoenenwinkel had hij ook een groothandel in leer en het magazijn daarvan lag aan de overzijde, in de Marktstraat. In 1952 verhuisde Chris met de groothandel naar Heerlen en nam zijn broer Hub de schoenenwinkel over.

Hoek Marktstraat/Markt

Dit hoekpand completeerde een prachtige straatwand waarvan de harmonie en eenvoud, mede door zijn ritme in parcellering en hoogten, een warmte uitstraalde die de mensen van toen een gevoel moet hebben gegeven van: hier ben ik thuis. We steken de Marktstraat over en komen bij het pand "Ackens" (40), dat een bewogen en veel besproken leven heeft geleid. De eigenaar Ackens was van huis uit schoenmaker en had er derhalve ook een "sjoesterij" in gevestigd. Later kwamen er een zaak in rookartikelen en een bibliotheek bij. Als dan ook nog Frans Kuppers vraagt of hij in een deel van het pand een ijssalon (het Smulhuis) mag openen moet Ackens met zijn werkplaats naar boven verhuizen. Verder wandelend passeren we de sigarenzaak van weduwe Schreibers (41) waar Netta Crousen als winkelmeisje het vak geleerd heeft. Later vestigt zich hier een dames-kapster Sporken opgevolgd door een friture die er nu nog is. In de nu volgende snoepwinkel van Jamin (42), heeft de fam. Trinekens vele jaren haar boterham verdiend en het pand is nu in gebruik bij de gemeente (archiefdienst). Daarnaast vinden we de horlogerie Thevissen - Renwey (43) waarin nu Bemelmans gevestigd is. (Tussen Thevissen en het volgende pand (Cor Bremen) zou nog een snoepwinkeltje van Leentje Kohnen zijn geweest.)

De eerste schoonheids-salon van Kerkrade vinden we in het nu volgende pand van Bremen (44); Cor Bremen had er rechts zijn drogisterij en links was in 1954 de schoonheid-salon gevestigd die gerund werd door zijn vrouw. Het pand heeft dan echter al een lange geschiedenis achter zich: het is Agnes Duykers (zus van Architect Duykers, u weet wel, die van het gemeentehuis) die een groentezaak annex drogisterij runde in de Einderstraat (nu drogisterij Antonius). Zij trouwde met Nico Bremen en ze begonnen een nieuwe zaak in het oude postkantoor toen Zeehandelaar het aldaar gevestigde restaurant verliet. In 1936 verhuisden ze naar het onderhavige pand "Hinger Herjods Ruk" dat eigendom was van Tientje Thevis en waar daarvoor een "Dames- en Heeren Kapper" in gevestigd was. In de oorlogsjaren was er in de drogisterij-branche geen droog brood te verdienen en moesten ze leven van de opbrengsten van de groentezaak. Het hing er in die tijd maar van af wat de groothandel op een bepaalde dag kon leveren en welke (levensmiddelen-) bonnen aan de beurt waren. Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat Bremen 30 kisten bloemkool inkocht en buurman Beckers 30 kisten prei. En dan at Kerkrade die dag en de dagen erna dus bloemkool en prei.

De gebroeders Thevissen (andere bronnen spreken van broer en zus) runden daarnaast een fietsenzaak (45) waar we 's zondags voor een dubbeltje één uur een fietsje konden huren. Een van mijn bronnen vertelt hierover dat hij eens zijn vader om een dubbeltje vroeg om zo'n fietsje te kunnen huren. Het antwoord was kort en bondig: "Jong, doe kans niet alles han". En wat hadden we in die tijd? Na Thevissen werd er ook door Wals (HAWA) nog een tijdlang een fietsenzaak geëxploiteerd.

Duukesj jès-je

Gescheiden door een steegje dat tevens toegang gaf tot de werkplaats van Thevissen komen we bij de City Bazar (46) waar aanvankelijk Koullen zijn kleermakersbedrijf uitoefent (in 1935 verhuist het gezin Koullen naar Vaals) en daarna Te Poel huishoudelijke artikelen ging verkopen. Het steegje dat lag tussen dit pand en het volgende (Bischoff) werd het "Duukesj jès-je" genoemd, het gaf onder andere toegang tot de achterkant van het pand Bischoff en er lagen ook nog twee woningen aan. Het hofje vòòr de woningen noemde men "miste" oftewel mesthoop. Nu moet u die mesthoop niet al te letterlijk nemen, immers mest kwam er niet aan te pas. Het was de groente- en tuin- en keukenafval die daar werd gedumpt om tot compost te vergaan, die dan later door de omwonenden in hun tuin werd ondergespit. Dergelijke "mistes" waren er meer in het Kerkraadse zoals bijvoorbeeld in de Einderstraat naast het voormalige pand van aannemer Van Wersch.

Na dit uitstapje over de mesthoop komen we bij textielzaak van Bischoff (47) die de zaak later overdroeg aan Huub Duykers die er naast huishoudtextiel ook koloniale-waren ging verkopen. (Daarna was in dit pand nog enkele jaren een "chinees-winkeltje" gevestigd en nu WIBRA.) Dan volgt, eveneens met een rijke historie, het pand Vijgen (48). Ooit begonnen als schoenenzaak, met aan de linkerzijde voornamelijk sportartikelen, volgt er later een café met achter "de tieëk" Hans Stelsmann en, in 1940, in het rechter deel Albert Hein (of de Gruyter?). Daarna wordt het restaurant "Vijgen" en nog later een chinees restaurant, dat er nu nog is. Verder lopend komen we bij Hotel Swelssen (49), het pand waar nu sinds jaar en dag Foto Vinders in gevestigd is. Het is merkwaardig dat geen van mijn bronnen bijzonderheden over dit hotel te melden heeft. Een bijzonderheid die mijzelf bij deze gevel opvalt is het vakmanschap van zowel de architect als de metselaar. Met eindeloos ogend geduld is deze gevel opgesmukt met siermetselwerk, zonder te overdrijven, zonder teveel te worden. Als u, een van de komende dagen, eens over de Markt loopt kijk er dan eens naar en ga, in gedachten, zelf eens op het stijger staan. Zou u de moed kunnen opbrengen?

Groentezaak Beckers (50) is de volgende en die is hier tot op de dag van vandaag nog steeds gevestigd, zij het in combinatie met een winkel in rookartikelen. Het is in de bovenwoning van deze winkel waar ons aller "Hans Stelsmann", mede oprichter en een van de "dragers" van d'r "Kirchröatsjer Vasteloavendsverain" (Kirchröatsjer Vasteloavends Verain Alaaf Kirchroa 1936) geboren werd. Toen hij trouwde betrok hij een van de twee woningen die gelegen waren aan de achterkant van de groentezaak van Beckers. Ongeveer 20 jaar geleden zijn deze woningen gesloopt en heeft Beckers hier een groot magazijn gebouwd. In het pand daarnaast (51) begon ooit Dols zijn café met kegelbaan waarna kapper Kühler er de haren ging knippen en bakker Vinders (uit de Niersprinkstraat) er een paar jaar een filiaal had met banket. Harrie Becker (lingerie) en Block (textiel) sluiten die rij en zijn de voorlopers van opticien Artur Bremen die er in 1970 zijn zaak in zal vestigen.

De bakkerij (52) van Arnold Weijden (een broer van Weijden, tegenover het gemeentehuis) is in het volgende pand gevestigd en hij wordt opgevolgd door bakker Plummen. Nadat er enkele jaren woningen met café en een kelder-café waren gevestigd is er thans de herenmodezaak Geilenkirchen gevestigd

Doe has d'r hót jód

We steken nu de Hoofdstraat over en passeren het typische pand van Hochstenbach (53) dat al vele jaren de hoek Hoofdstraat-Kloosterraderstraat markeert. In de tijd dat een open goot nog het water leverde voor "d'r ronge pool" was het een hotel-restaurant. Het adverteerde in 1909 met "diners à la carte, remise en garage voor velo's & automobielen". Een van de gasten van hotel Hochstenbach was ooit een leger-officier met de naam Habets die in het Kerkraadse zou blijven wonen en daar later zelfs burgemeester zou worden. Hij was het die Hochstenbach, toen een verbouwing van het pand aan de orde was, het advies gaf om eens "iets ronds" te bouwen want dat "had Kerkrade nog niet": u kent allemaal het resultaat van die opmerking.

Later kreeg het pand een winkelbestemming die het nu nog heeft. Het deel van het pand dat precies op de hoek ligt heeft nog een tijdlang de Kerkraadse Wisselbank (anderen spreken van de Heerlener Bank) geherbergd, gerund door een Belg Henri Jeròne. Ergens op de eerste verdieping heeft een "Culturele Kring" nog onderdak gevonden waar ene meneer Wals piano en Mevr. Stelsmann-Rahyr (ja, de vrouw van Hans) viool speelde. Ook traden er met enige regelmaat koren en koortjes om te getuigen van hun kunnen. Of zij na afloop ook gebruik maakten van de daar gelegen kegelbaan vermeldt mijn bron niet.

Afsluiting

We komen nu aan het laatste gedeelte van onze tocht en lopen langs de slagerij van Frans Schnitzeler(54), wiens broer slager was op Rolduc. Dan volgt de remise (55) van Hotel Hochstenbach waar we in gedachten de koetsen en paarden zien staan waarmee de reizigers van station Haanrade werden opgehaald die bij Hochstenbach zouden logeren. Meestal waren dat vertegenwoordigers die door dezelfde koetsier in het zuid-limburgse heuvelland werden rondgereden om zaken te doen. Het is in deze remise waar Somers naderhand een fietsenzaak is begonnen die later verplaatst zou worden naar de hoek Poststraat-Kloosterraderstraat. Later was op deze locatie de Nederlandse Handelsbank, en nog later een bijkantoor van de Limburger Koerier (De Nieuwe Limburger) gevestigd.

De kleermakerij van Severens (56) is het volgende pand en hierachter lag een bescheiden leerlooierij van Sophie Giesen. Wat volgt is het restaurant van Werner Lataster (57) die hiervoor de aanwezige laagbouw met een verdieping uitbreidde. Voor het eerst in Kerkrade stond hier nassi op het (bescheiden) menu die bereid werd door een Indonesische mevrouw Bettie (!). Het linker gedeelte van dit pand werd nog een tijdlang door mevr. Wolters-Keesje gebruikt om (dames-)kousen te herstellen. Vervolgens komen we bij het winkelpand van Bergstein (58) waar "manufacturen, arbeidersconfectie, koloniale waren, ijzerwerk, naaimachines, sigaren en tabak, jenever, cognac en wijnen, buskruit en lont, wapens- en jachtbenoodigdheden" te koop waren. Ook hier werd later de laagbouw die aan de linkerzijde lag bij de hoofdbouwmassa betrokken. Achter het pand lag in de tuin het "polverhüsje" waar, gelet op het ontploffingsgevaar, het buskruit werd bewaard.

Café-Hotel-Restaurant Kockelkorn (59), ook bekend als Hotel de Kroon, is het laatste pand dat we op onze wandeling tegenkomen. Aan de achterzijde, in de Niersprinkstraat had Kockelkorn nog een smederij en stoombierbrouwerij "de Kroon". De Gruyter heeft ook in dit pand nog een tijdlang een filiaal gehad.

We zijn weer terug bij "AF", want links van u ligt het Heilig Hartbeeld waar we onze tocht zijn begonnen. Het was een heerlijke, vermoeiende maar leerzame excursie die we samen met veel plezier ondernomen hebben. Ik neem afscheid van mijn begeleiders, ik bedank hen zeer voor de moeite die ze gedaan hebben om er een mooie wandeling van te maken. Zonder hen zou ik hopeloos verdwaald zijn. Ik hoop dat we het nog eens kunnen overdoen maar dan langzamer moeten lopen om nóg beter te kijken naar de winkels en dan vooral naar de mensen in die winkels. Ook moeten we dan kijken naar al degenen die je onderweg tegenkomt, want zij zijn het die een verhaal te vertellen hebben en ze zijn het waard dat we er naar luisteren.

Bronnen:

  • vermelde tochtgenoten
  • Gem.Archief Kerkrade,
  • Parochie Kroniek St.Lambertus.
Personal tools

Varianten
Handelingen
Navigatie
Toolbox